Inleidende verklaring persconferentie informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees van 18 oktober 2021

Inleidend statement van informateur Johan Remkes tijdens de persconferentie waarin hij een toelichting geeft op zijn eindverslag.  Bekijk de hele persconferentie via YouTube. Of lees de letterlijke tekst van de persconferentie

Inleidende verklaring persconferentie informateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees van 18 oktober 2021

Inleidende verklaring informateur Koolmees

Goedemiddag allemaal. Tijdens onze eerste persconferentie hebben we gezegd dat we jullie met enige regelmaat zouden bijpraten over de stand van zaken van de formatie en vooruit te blikken op het proces. En vandaag leek ons een goed moment daarvoor. Alle belangrijke onderwerpen zijn inmiddels voor de eerste keer aan bod gekomen, denk aan stikstof, veiligheid, klimaat, bestaanszekerheid, wonen, bestuursstijl. Kortom, de kop is eraf. En we gaan nu een volgende fase in, die staat in het teken van verdiepen en van uitwerken van de onderwerpen en de thema’s. Het gaat dan ook over het maken van politieke keuzes, die ten grondslag gaan vormen voor het coalitieakkoord. En omdat op een geconcentreerde en ook efficiënte manier te doen, hebben we afgesproken ook op locatie bijeen te komen, met de fractievoorzitters en de secondanten. En dat betekent concreet dat van 27 tot 29 oktober we opnieuw naar Landgoed de Zwaluwberg in Hilversum gaan, en een week later gaan we op 4 en 5 november overleggen in het provinciehuis in Groningen. Ik wil benadrukken dat de kop er weliswaar af is, maar er nog heel veel werk te verrichten is. Natuurlijk is al het nodige overleg geweest met externen, ligt er veel materieel uit de periode van Herman Tjeenk-Willink en Mariëtte Hamer. En daar heb ik dankbaar gebruik van gemaakt. Dat hoeven we niet allemaal opnieuw te doen. We gaan wel een beperkte aantallen externen uitnodigen, volgende week gaan we bijvoorbeeld gesprekken voeren met de directeur van het CPB, de president van DNB en de voorzitter van studiegroep begrotingsruimte.

Ik word een beetje onrustig, excuus. Ik ben even niet heel goed, maarja, ik herpak me even. Misschien wat water ja. Ik weet niet wat er aan de hand is... Nee, het gaat goed, dankjewel.

Volgende week gaan we bijvoorbeeld gesprekken voeren met de directeur van het CPB, de president van DNB en de voorzitter van studiegroep begrotingsruimte, om van hen de laatste financieel-economische inzichten mee te krijgen. En daarnaast gaan we nog praten met de Belastingdienst, het UWV, het COA en het IND, die ook nog zullen langskomen voor gesprekken. Verder is er een bewuste keuze gemaakt om serieus te werken aan een nieuwe bestuursstijl en aan het versterken van de democratische rechtsorde. De vier fractievoorzitters zullen daarom een uitnodiging voor gesprek sturen aan de afvaardiging van ouders die zwaar zijn geraakt door de toeslagaffaire. En het is belangrijk om bij het begin van een nieuwe kabinetsperiode naar hun verhaal te luisteren, er lessen uit te trekken, horen wat er anders en beter kan. Verder wordt er nog een aantal mensen uitgenodigd die de gevolgen van de aardbevingen door gaswinning aan den lijve heeft ondervonden, en ook enkele experts op dat terrein. Het is ook belangrijk om hun ervaringen te horen. Onderdeel van het versterken van de democratische rechtsorde, is dat we uit levensechte voorbeelden kunnen leren hoe de verhouding tussen de overheid en burgers kan worden verbeterd. Tot slot hebben  Johan Remkes en ik, Pieter Omtzigt uitgenodigd voor een gesprek. We hebben steeds gezegd dat we zoveel mogelijk partijen uit het brede midden willen betrekken bij ons werk, en dat kon nog niet eerder door een informateur met de heer Omtzigt worden gesproken. Dit was mijn onderdeel. Johan?

Inleidende verklaring informateur Remkes

Op de vorige persconferentie heb ik al gezegd dat deze formatie op een nieuwe leest wordt geschroeid. Dat we kiezen voor een geheel nieuwe werkwijze. Ik heb toen ook toegelicht dat we toewerken naar een beknopt coalitieakkoord en een verdere uitwerking daarvan in een regeerprogramma. Aan onze ambitie op dit punt is dus op nog geen enkele wijze afbreuk gedaan. De afgelopen dagen hebben we in gesprekken met de partijen gekeken hoe we dit concreet handen en voeten kunnen geven. Zonder dat het denken daarover helemaal stilstaat, is er wel steeds meer overeenstemming hoe dat eruit zou moeten zien. Wat ons nu voor ogen staat, is dat in het coalitieakkoord de focus komt te liggen op het ‘wat’ en op het ‘waarom’. De onderwerpen en thema’s zullen in dat stramien in het coalitieakkoord worden vastgelegd. Vervolgens wordt een regeerprogramma opgesteld, waarin de nadruk komt te liggen op het ‘hoe’. Inmiddels is er een voorkeur bij de vier partijen dat dit zal gebeuren nadat het constituerend beraad heeft plaatsgevonden en nadat de bewindspersonen zijn beëdigd door de Koning. Anders dan wat ik de vorige keer zei, betekent dit dat het regeerprogramma niet door kandidaat-bewindspersonen, maar door beëdigde bewindspersonen zal worden opgesteld. Onze inschatting is dat het nieuwe kabinet in het bestek van een beperkt aantal weken dat regeerprogramma kan opstellen en na afronding daarvan zal het debat over de regeringsverklaring plaatsvinden. In de periode daarna zullen de afzonderlijke bewindspersonen het regeerprogramma per thema en onderwerp verder uitwerken voor uitvoeringsaspecten, en de bewindspersonen zullen hierover natuurlijk ook overleg met de Kamer voeren. De precieze tijdsfasering en uitwerking van de nieuwe werkwijze moet dus in dat opzicht nog nader worden bepaald. Het blijft in sommige opzichten een kwestie, zoals ik dat vorige heb genoemd, van pionieren en experimenteren. Het doel blijft echter op deze wijze wel helemaal overeind. Dat er met deze werkwijze meer afstand wordt gecreëerd tussen kabinet en de coalitiepartijen. Er ontstaat dus meer ruimte voor de Kamer, ook voor oppositiepartijen om invloed te hebben op het kabinetsbeleid. En er komt meer aandacht voor de uitvoerbaarheid van de voorstellen. En dat alles kan een belangrijke bijdrage leveren aan een nieuwe bestuurs- en parlementaire cultuur, die ons voor ogen staat. Gaat het nog lang duren? Ik begrijp die vraag natuurlijk, maar die is nog steeds niet te beantwoorden. Dat is echt koffiedik kijken. Wat ik wel kan zeggen is dat ik merk dat de partijen vaart willen maken. Er wordt intensief overlegd, zoals door Wouter Koolmees zojuist al is aangegeven, ook al is dat niet altijd zichtbaar. Wat u de afgelopen dagen al wel hebt kunnen zien, is de grotere rol voor de secondanten in deze formatie. Dat zorgt ervoor dat het tempo in de formatie blijft, omdat de agenda’s van de fractievoorzitters soms wat lastiger te plannen zijn. Bijvoorbeeld ook in deze week, waarin de minister-president twee dagen in Brussel is vanwege de Europese Raad, wordt door de secondanten en hun ondersteuning hard doorgewerkt. Dat gebeurt overigens niet altijd via formele bijeenkomsten hier in het Logement. Soms wordt ook buiten ieders zicht apart gewerkt aan teksten en voorstellen. En dat zal vooral in de tweede helft van deze week zo zijn. Vanaf volgende week maandag is er dan weer overleg in het Logement en op de Zwaluwberg. Het laat in ieder geval zien dat er bij iedereen de wil is om serieus stappen vooruit te zetten. Maar zoals het al oude adagium luidt: ‘niets is besloten totdat er over alles is besloten’. Met andere woorden: er is pas overeenstemming over een onderwerp, als er overeenstemming is over het totaal. Tot zover de toelichting op onze werkwijze en planning de komende anderhalve week. Wij zullen met een nieuwe tussenstand bij u komen als weer een volgende stap is gezet.